Duimartrose

Bij artrose van de duimbasis of rhizartrose treedt slijtage op in het gewricht dat de verbinding maakt tussen de handwortel en het middenhandsbeen van de duim. Dit gewricht geeft de duim zijn grote mobiliteit en de mogelijkheid om de duim tegenover de andere vingers te brengen.
Rhizartrose is één van de meest voorkomende vormen van artrose in het menselijke lichaam, maar in de helft van de gevallen levert dit geen klachten op. Dit komt omdat het vooral voorkomt bij ouderen, die geen zware krachtinspanningen meer hoeven te doen.

In de actieve bevolking leidt dit wel geregeld tot klachten, waarvoor dan een behandeling gevraagd wordt.

Duimpijn.jpg
 

Klachtenpatroon

Bij deze slijtage treedt vooral pijn op wanneer men beweegt of krachtig knijpt, zoals bij het uitwringen van een doek of bij het openen van een pot. In een later stadium treedt ook stramheid van de duim op en in ernstige gevallen wordt het duimbasisgewricht zelfs helemaal immobiel. Dit heeft tot gevolg dat het middenhandsbeen niet meer uit de handpalm te halen is, en dat men de beweeglijkheid moet halen uit het eerste duimkootje. Dit leidt tot een zwanehalsmisvorming van de duim.

 

Anatomie

In feite bestaat de duimbasisgewricht uit 2 delen: enerzijds het gewricht tussen het middenhandsbeen en het trapeziumbeen (het CMC1 gewricht) en anderzijds het gewricht tussen het trapeziumbeen en het scaphoidbeen het (STT gewricht). In verreweg de meeste gevallen van duimartrose wordt het eerste gewricht het eerst aangetast en pas in het ernstigste stadium wordt ook het tweede gewricht aangetast. De gradatie van de artrose is belangrijk voor de behandeling (zie verder).

Tekening rhizarthrose in hand.jpg

Duimbasis artrose. Bij artrose van het duimbasis gewricht (CMC1 gewricht) schuift het middenhandsbeen naar buiten. Dit leidt tot de typische zwanehals misvorming van de duim. Op deze tekening is het STT gewricht nog niet aangedaan.

CMC1 gewricht
STT gewricht
 

Behandeling

Afhankelijk van de duur en de ernst van de klachten zijn er verschillende mogelijkheden.

Eerst en vooral kan men de pijnlijke activiteiten proberen te vermijden, al dan niet in combinatie met een pijnstiller als het nodig is. Daarnaast kan een brace ook een goede verlichting van de klachten geven, omdat hierbij de duimbasis gestabiliseerd wordt. Ook het nachtelijk dragen van deze brace kan reeds voor een verlichting zorgen bij het functioneren overdag.

Een inspuiting met cortisone of met hyaluronzuur in het duimbasisgewricht kan ook een verbetering geven, al is dit effect vaak tijdelijk.

Tenslotte kan het zijn dat de klachten steeds terugkomen of weerstandig zijn aan deze behandelingen. In dat geval kan een heelkundige ingreep worden voorgesteld.

Hierbij zijn er 2 opties beschikbaar: enerzijds het vervangen van het CMC1 gewricht door een prothese en anderzijds het verwijderen van het trapeziumbeen met tussenplaatsen van een pees uit de voorarm.

Er zijn tal van implantaten gebruikt in het verleden om het duimbasisgewricht te vervangen, maar de prothese zoals we die vandaag kennen, is geëvolueerd uit het model van de la Caffinière uit 1983. Deze prothese vereenvoudigt de anatomie van het gewricht in een bol-in-kom gewricht. In het trapezium wordt een kleine kom geplaatst en in het middenhandsbeen wordt een steel geplaatst waarop een bolletje gemonteerd wordt. Hierdoor krijgt de duim weer een goede mobiliteit en kracht. De revalidatie na de operatie verloopt vrij snel: na een 2-tal weken met een spalk, wordt een brace aangemeten waarmee de meeste bewegingen alweer mogelijk zijn. Na ongeveer 2-3 maanden is het mogelijk het werk terug te hervatten.

Een complicatie die kan voorkomen, is dat bij een accidenteel manoevre de prothese uit de kom kan schieten. Hierbij moet de prothese terug op zijn plaats gezet  worden of soms zelfs verwijderd worden. In het laatste geval wordt de configuratie omgevormd naar de tweede optie. De laatste generaties van deze prothesen hebben een biarticulaire kop, waarbij minder luxaties gezien worden.

RX rhizartrose.png

Figuur 2: RX foto na plaatsing van een duimprothese

De tweede optie is om het trapezium helemaal te verwijderen en de ruimte op te vullen met een buigpees uit de voorarm. Dit is eveneens een veelgebruikte methode en de resultaten zijn op het vlak van pijn op lange termijn dezelfde als na een prothese. De kracht en mobiliteit zijn echter iets beperkter. Het is ook zo dat de revalidatie vaak een stuk langer duurt, meestal rond 6 maanden. Het voordeel hierbij is dat er geen implantaat in de duim zit en dus kan er ook geen ontwrichting gebeuren.

In principe kan deze behandeling gekozen worden voor elke gradatie, maar als de artrose zo uitgebreid is dat ook het STT gewricht is aangetast, dan wordt deze optie verkozen.

Tekening LRTI_edited.jpg
signatuur_edited_edited.jpg