Logo AZO.png
Orthopedie Oudenaarde logo.jpg
Instagram1.jpg

Polsfracturen

Een breuk aan de pols wordt meestal veroorzaakt door een val op de uitgestrekte hand, maar kan ook voorkomen bij een verkeersongeval.

Meestal gaat het om een breuk in het spaakbeen, maar ook de ellepijp of handwortelbeentjes kunnen geschonden worden bij dit trauma.

pols fractuur.jpg
 

Anatomie

De pols is een gewricht waarin de hand beweegt ten opzichte hand de onderarm. Polsfracturen ontstaan meestal ter hoogte van het uiteinde van het spaakbeen (radius). Ook de smallere ellepijp (ulna) kan daarbij een breuk oplopen. In de hand kunnen de handwortelbeentjes ook breken, waarbij het scaphoid het meest frequent breekt of loskomt van de andere handwortelbeentjes.

De polsbeenderen zijn onderling verbonden door ligamenten, die bij een trauma ook kunnen uitrekken of scheuren.

Het vaakste trauma is een val op de uitgestrekte hand. De fractuur ontstaat bijgevolg door een overmatige druk op de handpalm, waardoor het spaakbeen naar achteren gedrukt wordt en breekt. Het articulerend oppervlak blijft daardoor naar achter gekanteld staan. Dit heet de Pouteau-fractuur.

Wanneer men echter op de handrug terechtkomt, kan de fractuur ook in de andere richting bewegen waardoor een Smith-fractuur ontstaat.

Daarnaast kan het ook zijn dat de fractuurlijnen tot in het articulerend oppervlak doorbreken. Daardoor kan dit oppervlak minder gaaf worden en de soepele beweeglijkheid van het gewricht verstoren.

Bij kinderen is het bot vaak nog flexibel, waardoor een buiging kan ontstaan in plaats van een echte breuk. Dit heet dan ook een groenhoutfractuur, vergelijkbaar met een jong twijgje van een boom dat ook eerder buigt dan breekt. Bij het bot kan deze buiging echter ook leiden tot een verkeerde stand.

Alle fracturen kunnen niet of zeer weinig verplaatsen (barst) of net een heel grote verplaatsing met zich meebrengen. Dit komt enerzijds door de hoeveelheid energie die bij het trauma op de pols terechtkomt en anderzijds door de botkwaliteit van de patiënt. Zo kan een oudere patiënt met osteoporose reeds breken bij lichter impact, daar waar een jonger persoon betrokken in een verkeersongeval dezelfde fractuur kan oplopen. De omgevende weefsels (ligamenten, pezen, spieren en huid) hebben echter veel meer te lijden onder de hoge-energie trauma's, wat dan ook zijn weerslag heeft op de revalidatie.

pols normaal.jpeg

Normale anatomie

pols pouteau_edited.jpg

Pouteau fractuur

pols comminutief_edited.jpg

Ernstige polsfractuur

pols groenhout.jpg

Groenhoutfractuur

 

Behandeling

De behandeling van deze fracturen gaat van gips tot een stabiliserende ingreep.

Een conservatieve behandeling (dit is een behandeling zonder chirurgische interventie) wordt een gips aangelegd om de pols stil te houden. Dit is enerzijds pijnstillend maar dient ook om de breukfragmenten op de goede plaats te houden.

Een operatieve interventie wordt aanbevolen als de stand van de breukfragmenten onaanvaardbaar is. Hier zijn verschillende opties mogelijk:

- Uitwendige correctie onder narcose: hierbij wordt door de anesthesist een narcose voorzien, waarbij de fractuur letterlijk rechtgeduwd wordt. Dit is in de praktijk enkel mogelijk bij kinderen, waarbij de fractuur na dit manoevre stabiel is en bij ingipsen nog weinig kans heeft om terug te gaan verplaatsen.

- Tijdelijke stabilisatie met metalen pinnen: als na het correctiemanoevre blijkt dat de breuk terug neigt af te schuiven, wordt de juiste stand gefixeerd met pinnen. Hierna blijft steeds ook nog gips nodig gedurende enkele weken. De pinnen worden weer verwijderd als op de opeenvolgende RX-foto's botgenezing gezien wordt. Bij volwassen bot blijkt er meer risico te zijn dat de pinnen niet houden en dus wordt deze behandeling meestal bij kinderen toegepast.

- Open reductie en interne fixatie: hierbij wordt met een operatie het bot blootgelegd, de breuk rechtgezet en gefixeerd met een plaat en schroeven. Deze plaat is anatomisch voorgevormd met de juiste stand en de breukfragmenten worden met de schroeven bevestigd aan de plaat. Het voordeel van deze methode is dat de gipsperiode slechts 1-2 weken nodig is, waarna de pols reeds rustig kan bewogen worden.

IMG_3035.jpg
pols plaat.jpg

Behandeling met plaat en schroeven

 

Verder verloop

Na de gipsperiode kan er sprake zijn van stramheid van de pols. Afhankelijk hiervan wordt dan ook kinesitherapie opgestart om de pols verder in beweging te zetten. Bij kinderen is dit meestal niet nodig gezien zij vaak nog van nature soepel zijn en dit ook snel herwinnen na gips.

De revalidatieperiode bedraagt zo'n 6 weken tot 6 maanden. Factoren die hierbij meespelen zijn:

- leeftijd van de patiënt

- ernst van de fractuur of trauma

- beroepsactiviteit of sportactiviteit die dient hervat te worden

 

Complicaties

Alle trauma's hebben risico op verwikkelingen, met of zonder operatie.

De meest voorkomende hinder wordt ondervonden door stramheid, die meestal van voorbijgaande aard is doch lang kan aanhouden.

Een vaak voorkomende klacht is ook pijn aan de pinkzijde (ellepijp) van de pols. Hoewel de fractuur aan het spaakbeen het meeste aandacht krijgt, heeft het trauma mechanisme betrekking op de hele pols. Bij zo'n trauma treedt regelmatig een letsel op aan de gewrichtsbanden die spaakbeen en ellepijp verbinden. In het overgrote deel kunnen deze letsels afwachtend benaderd worden, maar het geduld wordt op de proef gesteld als ook dit pas na 6 maanden verbetert.

Als in de weken tot maanden na het trauma tintelingen in de vingers optreden, kan er sprake zijn van carpal tunnel syndroom. Door reactieve zwelling van de pols kan de zenuw van het polskanaal onder druk komen te staan, waardoor het gevoel in de vingers vermindert. Vaak kan dit verholpen worden met een cortisone infiltratie, of soms is hier ook een bijkomende ingreep voor nodig.

Zeldzaam kan er een complexe pijnreactie ontstaan: Südeck atrofie. Hierbij is er onuitstaanbare pijn met forse zwelling en roodheid van de pols en hand. Eigenlijk gaat het hier om een extreme vorm van acuut carpal tunnel syndroom, welke dan ook vaak kan verbeteren met goede pijnmedicatie en een infiltratie met cortisone.

Tenslotte kan ook irritatie van het metalen plaatmateriaal optreden. Als een goede anatomische plaatsing mogelijk is, is het mogelijk om dit materiaal voorgoed ter plaatse te laten. Soms kan men echter na enige tijd hinder ondervinden van dit materiaal, waarbij dan een wegname kan voorgesteld worden. Hiervoor dient de fractuur wel goed geconsolideerd te zijn, waardoor het materiaal best ongeveer een jaar ter plaatse blijft.