Schouder artrose

Net zoals alle andere gewrichten in het lichaam, kan ook in de schouder slijtage optreden die uiteindelijk kan leiden tot artrose. Hoewel dit op oudere leeftijd soms goed verdragen wordt, kan dit in de meer actieve bevolking zorgen voor pijn en stramheid van de schouder.

Schouderartrose.jpg
 

Anatomie

Het schoudergewricht is een bol-in-kom gewricht dat bestaat uit de bol van de bovenarm, de humeruskop, en de kom van het schouderblad, het glenoid.

Beide oppervlakken zijn bedekt met een gladde witte laag: kraakbeen. Dit kraakbeen is zacht, perfect effen en zorgt voor een soepele beweging tussen de 2 componenten.

Rondom de humeruskop bevindt zich een kraag van pezen,
die de kop bedekt aan de voor-, boven- en achterzijde:
de rotator cuff. Deze pezen zorgen voor een natuurlijke
beweging van de schouder, maar dankzij deze structuur
blijft de kop ook mooi centraal in de kom (glenoid).
Een scheur in één van deze pezen kan ervoor zorgen
dat de positionering van de humeruskop in het glenoid
minder correct is. Zo wordt de achterzijde van het glenoid
meer belast als de achterste peesvezels gescheurd zijn, of
de bovenzijde als de bovenste vezels gescheurd zijn.

 

Bij artrose worden de gladde kraakbeen oppervlakken ruwer en verdwijnt de schokdempende functie van het kraakbeen. Het onderliggende bot ondervindt nu meer stress en zal daardoor proberen het gewricht minder mobiel (stijver) te maken door aan de randen extra bot aan te maken: osteofyten. Beweging van de schurende botoppervlakken zorgt ook voor irritatie in het gewricht, wat voor episodes van ontsteking en pijn zorgt.

snippet-rotator-cuff_edited.png
 

Oorzaken van artrose

- Fysieke inspanning en natuurlijke belastbaarheid: doorheen de jaren kan, door intensief gebruik maar ook door de natuurlijke aanleg, de kraakbeenlaag afbrokkelen.

- Een breuk van de schouder: na een ongeval is het mogelijk dat de schouder dermate beschadigd is dat hij niet goed meer kan bewegen. Ook lange tijd na een herstel kan blijken dat artrose vroeger dan verwacht optreedt.

- Langdurig bestaan van een peesscheur: zoals eerder gezegd houden de pezen van de rotator cuff de schouder mooi centraal. Een scheur in deze pezen veroorzaakt een onevenwichtige belasting, soms met artrose tot gevolg.

 

Vormen van artrose in de schouder

 

 

Afhankelijk van de oorzaak van de artrose bestaan er 2 verschillende vormen:

- Centrale artrose: door primaire slijtage brokkelt de kraakbeenlaag van het gewricht af en slijt de humeruskop steeds verder het glenoid uit. De rotator cuff blijft hier bij grotendeels intact. De pijl wijst op een grote osteofyt.

Centrale%20omartrose_edited.jpg

- Rotator cuff scheur arthropathie: deze vorm ontstaat door een scheur in de rotator cuff. Door deze scheur kan de humeruskop niet meer centraal gehouden worden in de kom. Meestal bestaat een scheur in het bovenste en achterste deel van de rotator cuff, namelijk in de supraspinatuspees en infraspinatuspees. Dat zorgt voor een progressieve opwaarste migratie van de humeruskop, die uiteindelijk tegen het schouderdak (acromion) aanbotst. Hierdoor slijt het kraakbeen sneller af met artrose tot gevolg.

rotator%20cuff%20arthropathy_edited.jpg
 

Behandeling

Eerste en vooral kan met een infiltratie (cortisone en/of hyaluronzuur 'gel') de pijn verbeterd worden.

Bovendien kan, zeker in het geval van een rotator cuff arthropathie, geprobeerd worden met kinesitherapie de schouder te verstevigen, waardoor de pijn vermindert.

Heeft men een goede mobiliteit maar met pijn, kan men proberen met een kijkoperatie het gewricht nog 'op te kuisen'. Dit geeft eerder tijdelijk een verbetering. Naast de toestand van de rotator cuff, kijkt men ook naar de lange bicepspees, die in deze situatie ook fors ontstoken kan zijn en eerder voor pijn zorgt dan dat ze bijdraagt in de schouderfunctie. Daarom kan deze pees hier doorgeknipt worden om de pijn te verbeteren.

Baten deze opties niet meer of is de artrose te ver gevorderd, dan bestaat de definitieve oplossing in het plaatsen van een schouderprothese. Afhankelijk van de vorm van artrose wordt gekozen voor een anatomische of een omgekeerde schouderprothese.

Bij centrale artrose en met een gezonde rotator cuff kan gekozen worden voor de anatomische schouderprothese. Dit is slechts mogelijk in de minderheid van de patiënten, tot 10%. Gezien op oudere leeftijd vaker scheuren van de rotator cuff voorkomen, wordt deze prothese meestal bij iets jongere patiënten geplaatst. Bij dit type prothese wordt de natuurlijke configuratie behouden. De bol van de humeruskop wordt vervangen door een metalen bol en uitgesleten kom wordt vervangen door een nieuwe kom gemaakt uit kunststof (hoogwaardig en slijtvast polyethyleen). De intacte rotator cuff zorgt voor een meer natuurlijke beweeglijkheid van de schouder na de operatie. Bij de revalidatie van deze ingreep moet men rekening houden met een rustperiode van een 4-tal weken alvorens de actieve oefentherapie te starten.

In de resterende 90% van de patiënten met schouder artrose bestaat echter een belangrijk letsel van de rotator cuff. Hier wordt gekozen voor de omgekeerde schouderprothese, waarbij een bol gemonteerd wordt op de natuurlijke kom (glenoid) en de humeruskop vervangen wordt door een kom. Door deze opbouw neutraliseert men het onevenwicht dat ontstaat door de rotator cuff scheur, terwijl de kracht meer vanuit de grote deltoidspier voorzien wordt .

De revalidatie kan hier wel onmiddellijk starten, zodat men snel de functionaliteit herwint om de lichaamsverzorging of onderhandse activiteiten te kunnen doen. Via kinesitherapie bouwt men verder de mobiliteit op.

TSP.jpg

De anatomische schouderprothese (links) en de omgekeerde schouderprothese (rechts)